Reportage:DeMuzikantendag
Gastblog
Op 16 april bezocht ik net als ruim 400 muzikanten de Muzikantendag on Tour in het Utrechts Conservatorium. Zelf ben ik geen muzikant, maar ik werk er veel mee samen als manager en boeker zijnde. Nieuwsgierig naar de sprekers van de dag en de aanwezige muzikanten (altijd op zoek naar nieuw talent) bedacht ik me onderweg in de trein dat er waarschijnlijk veel klasgenoten zouden rondlopen. Dat was niet het geval. Boeit verder ook niet.
Traditiegetrouw kwam ik te laat aan in het schoolgebouw, waardoor ik de officiële opening door Henk Westbroek miste. Na een korte blik op het programmablad liep ik gelijk door naar de warme kleine bovenzaal waar Lars Kelpin, project manager van Stichting GRAP en voormalig programmeur van het Delftse podium Speakers, een lesje gaf in de kunst van het ‘verleiden van programmeurs’. Toch vaak een lastige puzzel voor beginnende musici, zo bleek maar weer gekeken naar de volle zaal. Er kwamen wat nuttige tips voorbij, zoals:
> Bellen is het toverwoord. Programmeurs krijgen zoveel mails van bands binnen (van 200 per dag kijken ze niet raar op), dat ze selectief moeten zijn in het lezen ervan. Door te bellen krijg je ze te pakken en maak je meer kans om iets gedaan te krijgen;
>Werk hard! Hardwerkende muzikanten zijn interessanter voor programmeurs, want ze hebben als gevolg daarvan vaak meer publiek dan de gewone muzikant. En publiek = ticketverkoop;
> Wees persoonlijk in je omgangsvorm met programmeurs. Het zijn net als jij mensen die bij hun voornaam willen worden aangesproken. Mailen met in de aanhef “Beste programmeur” werkt averechts. Het achterhalen van de namen van de juiste programmeurs is maar een kleine moeite;
> Voorprogramma’s kan je het beste scoren via de bands zelf in plaats van de zaal. Die zijn meestal ook de beslissende factor. Probeer het dus via hen te spelen;
> Bands zijn over het algemeen pas interessant voor boekers als ze binnen 1 à 2 jaar minstens €1000 tot €2000 kunnen opbrengen. Bij een standaard boekingspercentage van 15% begint het dan pas echt wat op te leveren voor boekers. Daarnaast moeten bands zo’n 40 à 50 shows per jaar op eigen kracht kunnen geven om echt interessant te zijn voor boekers. Zorg dus dat je al vrij veel speelt voordat je boekers benadert.

Ik besloot de presentatie van de voor mij bekende Niels Aalberts (EHPO blogger, voormalig Kyteman manager, schrijver van Doorbraak! en mijn hoofddocent) deze keer over te slaan. Gelijktijdig stond er namelijk het item ‘Hoe kom ik op de radio?’ op het programma, en dat leek me op z’n minst zo interessant. Met een panel van een Kink FM dj, een 3FM playlist-samensteller en een muzikant in de inmiddels overvolle zaal kwamen er veel goeie tips aan bod:
> Onderschat de lokale/regionale radio niet! Richt niet gelijk op het hoogst haalbare bereik (3FM, DWDD) maar maak gebruik van de regio;
> Zorg dat je naast een goeie song een goedklinkende opname hebt! Kwaliteit voor radio ligt hoog;
> Als je het geld hebt is gebruikmaken van pluggers wel interessant (vanaf €500 maar gemiddeld €1000 om een single/album te promoten bij de radio), maar anders is het slim om gewoon zelf langs te gaan bij de radio. Wat veel artiesten niet weten is dat er bij 3FM elke week op de woensdag tussen 10 en 12 een ‘pluggersuurtje’ is waarin je je eigen muziek kunt pluggen. Deze gelegenheid is gewoon openbaar voor iedereen;
> Er is vaak veel ruimte voor opkomend talent in de nachtprogrammering van grote stations als 3FM. Sla die niet over;
> Stuur je mailtjes niet altijd naar de redactie van een radiostation, maar naar de DJ’s zelf. Die luisteren kritisch en hebben ook eigen inzeg in wat er gedraaid wordt (free choice).
> Het is cliché, maar keihard werken is het advies. Kensington werd als voorbeeld genoemd van een band die altijd in zichzelf is blijven geloven en waarmee het nu heel lekker gaat.
> Wanneer je dan eens een big break krijgt qua promo, zorg dan ook voor een goed plan daarna, anders wordt het je valkuil.
> Er is vraag naar bands die écht origineel zijn, niet per se muziek die in een vastgeroest hokje past.

Next up was iemand waarvan bijna elke muzikant in Nederland wel een boek van in huis heeft: Jan van der Plas. Deze schrijver, bekend van De Muzikantengids, had een panel uitgenodigd om een en ander uit te leggen over auteursrechten, mechanische rechten, naburige rechten, synchroniseren, etc. Kortom manieren naast optreden om geld te verdienen met muziek. Allesbehalve saai vond ik, vooral omdat ik als manager van een band waarvan albumrelease vlak om de hoek is zelf nog veel vragen hierover had. En omdat BUMA/STEMRA nou niet bepaald de beste reputatie heeft bij artiesten was het interessant om het fijne van bepaalde regelingen te weten. Belangrijkste les die ik er uit haalde is dat je als band er niet goed aan doet om lid te worden van STEMRA als je niet steun krijgt van een label die je CD productie betaalt en je muziek uitgeeft. Anders kan het nog een omslachtige en dure grap worden.
Hierna volgde nog een interview van dezelfde Jan van der Plas met Universal labelbaas Norbert Plantinga. Kern van het weinig inspirerende uurtje is dat major labels als Universal tegenwoordig niet meer vroeg investeren in artiesten, maar dat er meer wordt uitgegaan van de succesfactor van de artiest. De artiest moet over het algemeen zelf op eigen houtje al behoorlijk wat bereikt hebben. Kortom: is succes verzekerd? Dan pikken wij je op! Misschien wat kort door de bocht maar het is een vervelende realiteit voor veel artiesten.
Een verzet tegen die gedachte werd in het uurtje daarna ook door singersongwriter Case Mayfield in de andere zaal goed verwoord: “Beter om een klein label te hebben dat keihard voor je knokt dan een major die maar weinig voor je uitvoert.” Dit laatste gebeurt vaker dan je denkt en kan een carrière van een muzikant behoorlijk tegenwerken. De zanger met z’n droge humor zit momenteel enorm in de lift, wat wel te merken is aan zijn 40(!) optredens in twee maanden en zes labels die bij hem aan de deur kloppen voor een deal. Zijn situatie werd met een panel experts besproken als de ‘case’ van de dag. Grappig detail was dat het hem eigenlijk allemaal maar weinig deed, hij wil gewoon muziek maken, punt. En dat doet ie heel goed.

De Muzikantendag werd afgesloten met een demopanel. Oftewel een uurtje demo’s luisteren à la X-Factor. Altijd leuk. Met drie radio-professionals en popjournalist Menno Visser in het panel werd kritisch geluisterd naar een stuk of 15 demo’s die muzikanten in de loop van de dag in de demo box zijn gegooid. Waarover ze vervolgens hun ongezouten meningen gaven. Van compositie-rock tot 90′s pop, tot retro funk/hiphop… Helaas was niks écht goed, geen enkele band demo sprong er uit op niveau. Maar, toch was het een ontspannende en vermakelijke afsluiter van de Muzikantendag.
Tekst: Stefan Krijnen
Foto’s: Richard Tas
